De maquette van de Papenvest

Over de Papenvest – de maquette zegt iets maar lang niet alles…

Daar staat ze dan, de maquette… Zo zal de Papenvest er straks dus uitzien. Straks, dat is over tien jaar. Nu wonen hier nog altijd enkele honderden gezinnen in 5 appartementsgebouwen met meer dan 300 sociale woningen. Zij willen weten hoe het hen zal vergaan en waar ze terechtkomen wanneer de 5 blokken gesloopt worden. Daarvoor zijn ze naar hier gekomen, naar de sportzaal tussen de 5 blokken. Want de huiseigenaar, de architecten èn de burgemeester van Brussel zullen weer wat uitleg geven.

Dinsdag 22 oktober. ‘s Ochtends stond de maquette nog in het stadhuis, waar burgemeester Close audiëntie verleent aan een beperkte pool van journalisten. Nu staat het schaalmodel van de wijk met de nog te bouwen woonblokken hier achterin de sportzaal aan de Papenvest, terwijl vooraan de informatievergadering begint.

Close houdt de communicatie strak in handen: ‘geen enkele stad, geen enkele gemeente in België bouwt zoveel publieke woningen als Brussel. Wij investeren 75 miljoen. Wij doen dat omdat het moet vooruitgaan’. Steekt Brussel er echt zo bovenuit? Dat zou nog eens moeten nagegaan.

De 5 blokken moeten weg, vanaf 2022 begint de sloop. Over tien jaar is het nieuwe wooncomplex klaar. Om uit te maken hoe dat wooncomplex er zal uitzien, is een wedstrijd georganiseerd. De winnaar is de groep Team5+, een combinatie van twee architectenbureaus (MDW uit Brussel en LAN uit Parijs), een landschapsbureau (COLOCO), een ingenieursbureau (Greisch) en een studiebureau (Matriciel).

Hier in de sportzaal leggen de architecten uit hoe ze hun voorstel hebben opgevat. Uit Parijs zijn Benoît Jallon en Maxime Enrico van LAN overgekomen. Ze zeggen dat ze hebben bestudeerd hoe het is om in Brussel te wonen. Daarvoor hebben ze vooral naar de bestaande gebouwen gekeken. De 5 blokken van de Papenvest passen absoluut niet in het stadscentrum, vinden ze, zij willen een nieuwe wijk maken die zo natuurlijk mogelijk aanvoelt. In hun betoog gaat het niet over de sociale kant van de wijk, kennelijk hebben ze die niet bestudeerd. Nochtans is die informatie beschikbaar. Bravvo, een dienst van de stad, maakte in 2015 een ‘diagnostiek’ waaruit bleek dat in dit Westelijke deel van het stadscentrum de armste wijken van het hele Brusselse Gewest liggen. Die informatie valt ook in de Wijkmonitor na te trekken. Speelt dat dan geen enkele rol als je een heel stadsdeel onderhanden neemt?

Belangrijke technische informatie komt van Bernard Van Damme van het Brusselse bureau MDW. Hij toont welke nieuwe gebouwen er komen en wie er zullen wonen. Het nieuwe woonblok naast het Jacques Brel-plein (blok-A op de illustratie) wordt eigendom van de Grondregie van de stad. Daar komen middenklassewoningen. In het woonblok-B (van de Brusselse Woning) komen 161 sociale woningen (‘voor 440 bewoners’) in 9 gebouwen die rond een binnentuin zijn geschikt. Onder dit sociale woonblok komt een ondergrondse parking. Daarnaast komen een openbare plaats met een sportzaal (blok-D) en een gebouwtje met gemeenschapsruimten (blok E) en aan de Onze-Lieve-Vrouw-van-Vaakstraat ten slotte, in het Zuiden van de site, komt een woonblok (blok-C) met gemengde sociale en middenklassewoningen.

De werf zou in 2022 starten en zal in fazen verlopen. Hoe precies, blijft onduidelijk. Het was al bekend dat er eerst twee blokken worden gesloopt. Het zijn de blokken die het dichtst bij de Dansaertstraat staan (op de plaats waar het nieuwe blok-A zal worden gebouwd). Deze blokken worden nu al leeggemaakt. Hun bewoners moeten naar andere appartementen van de Brusselse Woning verhuizen. Maar de bewoners van de drie andere blokken blijven langer aan de Papenvest wonen. Zij zullen namelijk verhuizen naar de nieuwe gebouwen op deze site. Maar hoe kan dat als er eerst een nieuw blok voor de Grondregie (met middenklassewoningen) wordt opgetrokken? Daarover moeten de bouwheren (de Brusselse Woning en de stad Brussel) meer uitleg verschaffen.

Vooral burgemeester Close benadrukte dat er na de bijeenkomst van 22 oktober nog meer info-vergaderingen zullen volgen, ook voor de buren. Zo zou iedereen kunnen ‘participeren’. Die participatie komt een beetje laat. Tijdens de wedstrijd zijn twee bewoners een keer naar een technische commissie uitgenodigd, dat was alles. De vraag is ook of de huurdersraad (CoCoLo) nog bestaat en samenkomt? Daar is een jaar geleden, rond de gemeenteraadsverkiezingen, gevochten om postjes. En dan nog: over de kern van het dossier is al lang binnenskamers door de bouwheren beslist. Waarover zullen bewoners en buren zich dan nog mogen uitspreken? Over de binnentuin in het sociale woonblok, zei een architect. Maar zullen bewoners en buren ook echt kunnen beslissen? Dat valt allemaal dus af te wachten.

Als het optreden van burgemeester Close een indicatie is, dan blijft de participatie beperkt tot eenrichtingsverkeer. Close heeft het moeilijk om mensen te laten uitpraten en te luisteren naar wat ze zeggen. Als doorwinterd politicus praat hij iedereen plat en durft hij mensen en public te kleineren en de mond te snoeren.

Maar wie in de sportzaal goed luisterde, weet dat de echte experten van de 5 blokken niet de architecten en de technocraten zijn maar in de eerste plaats de bewoners zelf. Iemand vroeg waarom de 5 blokken niet gerenoveerd worden, ‘zoals de 2 blokken van Potiers’. Terechte vraag, want deze gebouwen zijn even oud als de 5 blokken van de Papenvest en van hetzelfde architectenbureau. Tijdens de discussie die volgde, hoorde je enkel Close die een microfoon in handen hield. Hij antwoordde niet op de vraag. Hij herhaalde enkel dat de Papenvest gerenoveerd moet worden. ‘Gerenoveerd’ inderdaad, terwijl het om een sloop-en-nieuwbouw-operatie gaat. Rond de maquette vielen andere opmerkelijke opinies te horen. Nogal wat mensen vinden dat de toekomstige woonblokken er uitzien als cellenblokken van een gevangenis, omdat ze opgevat zijn als gesloten ilôts.

Tenslotte blijkt de verhuis uit de twee torens die het eerst zullen sneuvelen, nu al serieuze problemen te geven. Enkele tientallen huurders zouden al naar Het Rad zijn verhuisd, een nieuw gebouw van de Brusselse Woning op de hoek van de Radstraat en de Priemstraat tegenover het treinstation Kapellekerk en het vroegere cultuurcentrum Recyclart. Maar, zei iemand in de sportzaal, ik heb ook daar een uur vastgezeten in een lift. (Waarop Close, gevat als hij is, antwoordde: ‘ook in de gebouwen aan de Rooseveltlaan valt al eens een lift in panne’).

Erger nog is dat mensen die verhuisd waren naar Neder-Over-Heembeek na enkele dagen zijn teruggekeerd naar de sociale woning die ze tot voor kort betrokken aan de Papenvest. Op hun nieuwe adres bleek er zo’n probleem te zijn met bouwmateriaal en vocht dat de kinderen ziek werden. ‘Er wordt nu gesquat aan de Papenvest’, aldus Close. Wie dan wel aan het squatten mag zijn en waar, is alweer onduidelijk. Close: ‘we hebben een budget uitgetrokken om bewaking te voorzien’. Zodat ook die kwestie weer is opgelost.

Nos Cabanes…

Zondag 29 september was zo’n dag waar de aangename verrassingen harmonieus in elkaar haakten. Het bindend element was een wandeling van Soignies (Zinnik) naar Hennuyères, 18 kilometer verderop.
In Soignies willen de arbeiders van de glasfabriek Durobor hun failliete fabriek in zelfbeheer overnemen.
In Hennuyères voert een snel groeiende coöperatieve een campagne om een bos te kopen en in het publieke domein te zetten. Daarvoor is +600.000 euro nodig.
Beide initiatieven willen het gemeengoed versterken.
Met het Brussels Brecht-Eislerkoor steunen we die beweging op onze manier, met een muziektheaterstuk over de 5 blokken in hartje Brussel, een wijk met ruim 300 woningen die gesloopt wordt.
Durobor + Le Grand Bois + ons 5 blokken-stuk zeggen alledrie dat wij de wereld zien als een warm huis.
Net wat de Franse schrijfster Marielle Macé in haar boekje Nos Cabanes zegt.
En wat wilde het toeval: dat boekje maakte op 29 september ook de trip naar Soignies en Le Grand Bois mee…

Que vivent les mouettes à la mare!

Arrivé en retard ce dimanche matin (j’explique cela dans 2 secondes), je me retrouve seul devant l’usine Durobor à Soignies. L’entreprise a fait faillite, les travailleurs veulent sauvegarder l’emploi et reprendre l’usine coopérativement en autogestion. Vous allez me dire: OK, très bien, mais où est le lien avec les 5 blocs à Bruxelles? il est bien loin, non? Ce lien existe, ce lien c’est ‘les biens communs’. Puisque là-bas comme ici, nous luttons pour le domaine public. Nous avons intérêt à défendre le domaine public, à y maintenir nos patrimoines (les 5 blocs) ou bien les y introduire (l’usine Durobor).

Sinon, c’est foutu.

Soignies, dimanche 29 septembre, à une heure matinale. Commune rouge? je l’ignore, mais à distance, le carillon d’une église sonne: Ave Ave Ave Maria. Je suis là parce qu’un appel des Actrices et Acteurs des Temps Présents sur Facebook m’a interpellé.

Nous nous sommes donné rendez-vous ici pour rencontrer ceux de Durobor, ‘en faillite’, dit l’annonce. Durobor est ‘Fabricant belge de verres à boire et à manger’, et ‘nous discuterons de la réalité des (ex-)travailleu.r.se.s et du projet de racheter la société pour la transformer en coopérative autogérée‘. Devrait ensuite commencer une promenade de quelque 18 kilomètres, pour arriver au Grand Bois d’Hennuyères, encore un bien à conserver précieusement et en commun.

Mais arrivé en retard et ne voyant plus personne à l’intérieur de l’usine, je suis obligé de faire la balade seul, à travers champs, avec comme seul outil un smartphone à batterie faible. Et en effet, après je dirais 5 kilomètres, plus de jus dans l’appareil. Je me dirige donc instinctivement (intuitivement disent maintenant les marketeers du techno) vers le nord. Je traverse les voies du chemin de fer Soignies-Braine-le-Comte et perçois heureusement les contours de B-le-C à distance. [Je comprendrai après que les Actrices et Acteurs ont pris un sentier plus à l’est et beaucoup plus joli puisqu’il traverse le Bois de la Houssière, dommage…].

Dans les champs, je passe devant un enclos, disons de loisir, avec une petite mare au milieu. Pas de clôture à l’entrée, mais elle est imminente, une fondation en béton coulée il y a peu en témoigne. Ici, un mec (sans doute) a installé sa caravane pour se détendre, lui, et faire sa pêche dans sa mare. La mare, comme tout ici, est à lui et bien privée: un filet noir tendu au-dessus de cette flaque d’eau empêche les mouettes de se détendre, elles, et de se marrer éventuellement avec ce qui vit dans cette marée. Et pour qu’il n’y ait pas le moindre doute que tout la parcelle est bien surveillée, le proprio a mis non pas une mais deux caméras (je n’en vois pas une troisième), une à l’entrée et l’autre sur la caravane, pour monitorer la situation à distance, en restant branché 24/7 je suppose sur ce réseau-de télévision en circuit fermé (CCTV), certaines personnes trouvent la paix de l’esprit dans de telles névroses.

À Braine-le-Comte, je triche. Je prends le train jusqu’à Hennuyères et fais les 2 kilomètres qui restent jusqu’au bois à pied. L’annonce sur Facebook dit ceci: ‘Nous terminerons la marche vers 16h à la fête du Grand Bois Commun. Ce site a été exploité comme argilière jusque dans les années 70. L’arrêt de l’industrie extractive a laissé place à un reboisement spontané et de belles zones humides. Le projet porté par des riverains avec le soutien d’Ardenne & Gaume est de créer une coopérative citoyenne pour constituer une réserve naturelle et préserver l’intérêt commun. Nous irons les rencontrer pour comprendre leur beau projet !’

Un beau projet en effet. Lancé en avril de cette année, Le Grand Bois privé commun compte déjà 669 coopérateurs qui Tous Ensemble ont mis 307.800€ dans la cagnotte pour acheter ‘collectivement 80 hectares de forêt préservée et classée Natura 2000 pour les rendre accessibles à tous’. Le propriétaire demandant plus de 600.000€ pour tout le bois, Le Grand Bois privé commun cherche davantage de coopérateurs. Vu le nombre d’adhérents rassemblés en si peu de temps, cela devrait marcher.

Peu après 16h, les marcheurs arrivent. Parmi eux, l’animateur-écrivain-poète Paul Herman. Je lui dois (au moins une bière) pour m’avoir fait découvrir Nos cabanes, un petit livre jaune de la Française Marielle Macé. C’était en mars, lors du Micro-Festival « Une brique dans la gueule » (au Centre sportif et culturel de la Tour à Plomb à Bruxelles) où il avait lu des extraits de ce petit livre. Et, quel hasard: ce matin j’ai mis Nos cabanes avec mon piquenique dans mon sac à dos et avance dans la lecture!

Nos cabanes, c’est une merveille. Et Tout Autre Chose que la caravane monitorée à la mare privée que j’ai vue quelques heures plus tôt. Marielle Macé plaide pour que nous fassions des cabanes, ‘sans pour autant se résigner à une politica povera ou s’accommoder de précarités de tous ordres … mais pour braver ces précarités, leur opposer des conduites et des convictions’. Faire des cabanes, c’est ‘élargir les formes de vie à considérer, retenter avec elles des liens, des côtoiements, des médiations, des nouages’. Faire des cabanes, c’est ‘Étonner la catastrophe par le peu de peur qu’elle nous fait’ (comme le disait Victor Hugo dans Les Misérables); c’est s’emparer du présent, c’est apprendre à vivre dans un monde abîmé, dans les ruines du capitalisme avancé, car c’est là le seul monde à disposition. ‘Étant tout sauf désabusés’, écrit Macé, ‘nous n’avons plus d’autre choix que celui d’inventer une nouvelle voie’.

Cette nouvelle voie nous la traçons en créant justement ces biens communs, ces commons, et en luttant pour l’emploi, pour la nature, pour les bibliothèques, pour le service public, pour le logement qui en font tous partie.

De 5 blokken: architecten zijn bekend!

Ook ontwerp nieuwe Papenvest-site staat ter discussie
De 5 torens met sociale woningen aan de Papenvest in Brussel (“de 5 blokken”) zullen verdwijnen. Dat is intussen bekend. Maar nu weten we ook welke architecten het plan voor de toekomstige site hebben uitgedacht. Het betreft de bureaus MDW uit Brussel en LAN uit Parijs. Het is nu wachten op de details van hun ontwerp. Dat zal nog wat aanpassingen ondergaan om het helemaal conform de wensen van de bouwheer te krijgen. Op het politieke toneel woedt intussen een discussie over de ondergrondse parking onder de nieuwe Papenvest.
Op 18 september hakten de sociale woningmaatschappij Brusselse Woning (LBW) en de stad Brussel (samen de bouwheer) de knoop door. Na een wedstrijd die begin 2017 van start ging, en die midden 2018 vijf finale voorstellen opleverde, kozen zij het plan van Team 5+, dat is de groep rond de architecten van MDW (Brussel) en LAN (Parijs). MDW zette enkele beelden van het plan op zijn website. Die beelden geven een impressie van hoe de Papenvest er over ongeveer tien jaar zou uitzien. De vijf woontorens die daar nu nog aan zowat 800 mensen onderdak bieden, zullen één voor één worden gesloopt en gaandeweg door nieuwe woningen vervangen worden. Per saldo zullen er in de toekomst 110 sociale woningen minder zijn. Sinds deze zomer worden de 5 blokken trouwens stilaan voor dat project leeggemaakt.

Volgens het bericht van MDW komen er 340 woningen. Dat zijn er 10 minder dan de 350 woningen die de bouwheer in zijn lastenboek heeft gevraagd. Maar bij het architectenbureau zegt Olivia Noël dat hun plan nog kleine aanpassingen zal krijgen, tot er een voorontwerp is dat bij de bouwheer in de smaak valt. Voor dat voorontwerp zal dan een stedenbouwkundige vergunning worden gevraagd. Voor die stappen afgewerkt zijn, zijn we allicht weer 3 jaar verder. Eerder zal MDW naar eigen zeggen geen details over zijn geselecteerde plan geven.
Uit de beelden van MDW valt af te leiden dat er twee grote nieuwe woonblokken komen, met daartussen een doorgang, van de Kogelstraat naar de Groot-Sermentstraat, die uitgeeft op een kleine plaza die op haar beurt aansluit bij de Sint-Thomas-school. De bestaande sporthal (van 15 jaar oud) moet weg. Aan de plaza zou er een nieuwe sporthal komen.

Parking in concessie?

Bij de woningmaatschappij zegt directeur-generaal Lionel Godrie dat zijn organisatie binnenkort het voorstel van MDW-LAN aan de bewoners van de 5 blokken en de buren zal presenteren. Een datum ligt daarvoor nog niet vast. Het zou best kunnen dat de LBW wacht met een publieke voorstelling tot zijn nieuwe raad van bestuur geïnstalleerd is, op 25-26 september, zodat de nieuwe bestuurders kennis kunnen nemen van de stand van zaken.
Misschien wordt daar al meteen één van de neteligste elementen van het 5 blokken-plan besproken, namelijk de inplanting van een ondergrondse parking van liefst 400 plaatsen. Daarover was de voorbije maanden binnenskamers al veel te doen, tijdens de vorming van de bestuursmeerderheid voor de stad Brussel en van de Brusselse regering. De groene partijen verzetten zich naar verluidt tegen die parking vanwege de impact die hij op het verkeer in het stadscentrum zal hebben. Maar ook de mogelijkheid dat een stuk van de parking in concessie kan worden gegeven voor commerciële uitbating (terwijl er in de wijk meer dan genoeg publieke parkings zijn) staat ter discussie.

Volgens MDW zal zijn factuur voor de sloop-en-nieuwbouwwerken 61,5 miljoen euro bedragen, zonder BTW. Daarbovenop zullen de kosten komen voor de honoraria aan studiebureaus, voor BTW en taxen, voor nutsvoorzieningen en  aansluitingen op de netwerken van elektriciteit, water enzovoort. Toen de Brusselse Woning en de stad Brussel in 2016 de beslissing om te slopen bekendmaakten, stelden zij voor de sloop-en-bouwwerf een totale kost van ruim 73 miljoen euro voorop.

De 5 Blokken

Een boek over Rabot

Ja, ik ben jaloers. (Sinds een tijd staat er geregeld een ‘ja’ in mijn zinnen). Dus: ja, ik ben jaloers, op Simon Allemeersch omdat hij in Gent heeft kunnen doen wat mij in Brussel niet is gelukt.

Allemeersch is theatermaker. In 2010 slaagt hij erin een atelier te krijgen in ‘de eerste blok’ van de woontorens aan het Rabot. De torens gaan afgebroken worden. December 2010, schrijft hij in zijn prachtige boek: ‘Er is een appartement vrijgekomen. Nummer 182, op het gelijkvloers. Ik neem de sleutels over van Gustaaf en Roza. Ze zijn net verhuisd’. Gustaaf en Roza zijn verhuisd, voorgoed vertrokken uit het Rabot, zoals spoedig honderden anderen met hen. Allemeersch hangt een infini in zijn atelier, ‘een achterdoek van een oud theater, een infini is een onmogelijke plek, een verzonnen perspectief’.

‘Ik schrijf een brief aan de bewoners en hang die in de inkomhal. Mijn buurvrouw heet Norma. Ze komt me vragen wat de brief betekent’. Norma kan lezen noch schrijven. Tijdens zijn driejarig verblijf in Rabot zal Allemeersch nog ongeletterden tegenkomen. ‘Ik dacht eraan dat de brief niet werkte. Ik kan beter werken zoals prostituees. Er is een groene TL-lamp aan het raam. Als de lamp brandt kan je binnenkomen. Als de lamp niet brandt, ben ik er niet of is er al iemand’.

Simon Allemeersch is gevraagd of hij iets kan doen in het Rabot door Wannes Degelin, opbouwwerker van Samenlevingsopbouw. Die schrijft in april 2009: ‘Ik werk nu al ongeveer zes jaar als opbouwwerker in de Gentse Rabottorens. … Al die jaren heb ik onrechtvaardigheid gevoeld als er naar de blokken gekeken wordt, als er over de blokken geschreven of gesproken wordt. Steevast worden ze afgeschilderd als een vreselijke plek die je in het beste geval snel wil passeren. … Een plek waar je zeker nooit zou willen wonen. Ik ken deze plek toch wel anders’.

Ik herken loads of things in de kroniek van Simon Allemeersch en zijn club (de opbouwwerker, een tekenares, fotografen een journaliste). Dat misprijzen voor de blokken, terwijl Degelin ‘het een voorrecht vindt om samen met de bewoners van de Rabottorens aan de slag te gaan’. Opvouwwerker, schrijft mijn klavier. Dikwijls zijn sociaal-werkers sloven die het vuil werk doen voor de woningmaatschappij, die pleisters plakken, die soep be-delen, maar die machteloos staan, die soms zelfs STATUTAIR NIET MOGEN tussenkomen als de bewoners (beter woord dan huurders!) zich zouden organiseren en eisen zouden stellen. Opvouwwerkers houden het rustig wanneer het opstandig zou kunnen zijn.

In de Rabottorens konden kunstenaars vanuit hun eigen atelier onder de bewoners werken toen het begon te spannen. Wat een uitzonderlijk voorrecht ook! ‘De betekenis van die fysieke ruimte voor het vervolg van dit project kan moeilijk overschat worden’, noteert Wouter Hillaert in het Rabot-boek. De kunstenaars hebben op de tast hun weg gezocht, ook letterlijk soms want voor mensen die niet in de torens wonen, zijn ze een labyrint; hulpdiensten verliezen er hopen tijd omdat ze de juiste ingang niet vinden. En dus, schrijft Allemeersch: ‘De bewoners en Samenlevingsopbouw hebben elke blok een kleur gegeven: geel, blauw en rood. Ik geval van nood kan je de kleur van het gebouw vermelden’.

In Brussel hebben de 5 blokken van de Papenvest vijf kleuren: rood, oranje, groen en twee keer blauw (!). Een ingreep van hogerhand, aangebracht tijdens het tweede Wijkcontract in 2014 of zo. De bewoners onder elkaar noemen hun huisnummer als ze zeggen waar ze wonen, maar ook dat neemt de verwarring niet weg want de 5 blokken liggen niet aan één maar aan drie straten.

De Brusselse Woning beloofde ons, het Brusselse Brecht-Eislerkoor, een lokaal te geven in de 5 blokken, waar we open repetities zouden kunnen houden en onze documentatie exposren. Die belofte is niet vervuld (nog niet), ik heb zo een vermoeden waarom niet. Hadden we dat lokaal gehad, dan hadden we ons gemakkelijker onder de bewoners kunnen mengen. Maar wat heet gemakkelijk? Simon Allemeersch, en ook dat klinkt bekend, ‘krijgt lelijke blikken in de lift. De roddel doet de ronde dat ik in dienst van de woningmaatschappij oude mensen film en interview…’. Er wordt in zijn atelier ingebroken, zijn experiment loopt niet over rozen. Maar uit ‘Rabot 4-358’, zo heet zijn boek, spreekt zoveel genegenheid, warmte, verbondenheid dat dat de tegenslag doet vergeten. ‘Toen het gerucht (van de dreigende sloop) een bericht was geworden, was over het gebouw een finale vermoeienis neergedaald’, aldus Wouter Hillaert. En dan neemt daar zo’n stelletje kunstenaars zijn intrek… Het moet wel degelijk sprankels licht hebben gebracht in de doodsstrijd van Rabot.

Rabot 4-358, 320 pagina’s, rijkelijk geïllustreerd, is een uitgave van Kunstenwerkplaats Scheld’apen, Kunstencentrum Vooruit en de Dienst Cultuurparticipatie van de stad Gent, 2013-2014.

post scriptum

Toen ik eens langs het Rabot fietste, had ik daar al meteen een touche, met een zekere Pepe die voor de ingang van een resterende toren stond. ‘Bij de liefhebbers heb ik nog gekoerst met Eddy Merckx’, zei hij. Ik herkende hem van de film ‘Rabot’ van Christina Vandekerckhove, òòk de moeite. ‘Klopt’, zegt Pepe, ‘ge hoort mij aan het einde van de film zeggen dat ze Jean Gabin moeten spelen op mijn begrafenis’ (was dat: Je sais…?). Pepe (°1944) woonde in 2018 al 42 jaar in het Rabot.

post post scriptum

De voorbije jaren bracht het ‘gelegenheidscollectief’ Lucinda Ra het stuk Rabot 4-358 als een documentaire theatervoorstelling. In 2017-2018 volgde het Grondwerk-project, een driedaags open atelier ‘waar theater en werkelijkheid voortdurend door elkaar liepen’. De groep hield ook halt aan de 5 blokken in Brussel en had de Kaaistudio’s toen als uitvalsbasis. Onderdeel van de driedaagse was een optocht van TOSO, The Ostend Street Orkestra. TOSO is een project van Klein Verhaal in Oostende, waar het Brussels Brecht-Eislerkoor zijn voorstelling over de 5 blokken zal gaan opvoeren. En zo is deze cirkel rond.

[Lucinda Ra – http://lucindara.be/en/rabot-4-358-en/%5D

[TOSO – http://kleinverhaal.be/Projecten/Danse_Massacre%5D

De 5 Blokken

In de Brusselse Kanaalzone staat een rij sociale woontorens die binnenkort tegen de grond gaan: het zijn de vijf blokken van de Papenvest. De huidige bewoners moeten plaatsmaken voor een koopkrachtiger publiek. Het Brussels Brecht-Eislerkoor brengt een muziektheaterstuk dat hun verwarring en onzekerheid probeert te vatten en evoceren. Melancholie aan de vijf blokken gaat over Brussel, over armoede, over broze mensen, over hoe weinig armslag zij hebben in deze stad. Het BBEK stelt zich op aan de kant van de mensen die de klappen krijgen en wil een duidelijk statement van solidariteit maken. Een universele eis weerklinkt: kom mee op voor het recht op de stad!

  • Première op 9 januari 2020 in de Kaaistudio’s, vlakbij de 5 blokken
  • Het Brussels Brecht-Eislerkoor inspireert zich aan het politieke en culturele erfgoed van Bertolt Brecht en Hanns Eisler, en heeft Brussel als uitvalsbasis. In en rond het Kaaitheater toonden ze The Shouting Fence, WaanVlucht en Say No! The Deserter’s Song.
  • CREDITS: tekst & regie Sybille Cornet | compositie Kaat Dewindt | spel & zang Het Brussels Brecht-Eislerkoor & Forsitia | dirigent Lieve Franssen | dramaturgie & onderzoek Raf Custers | kostuums Sabina Kumeling | soundscape Charo Calvo | in samenwerking met Kaaitheater, Gemeenschapscentrum De Markten